vrolijke golf totaal 3

REGLEMENT CARNAVALSOPTOCHT DEEST


REGLEMENT CARNAVALSOPTOCHTEN

Voor het deelnemen aan een carnavalsoptocht in de gemeente West Maas en Waal en de gemeente Druten is in samenwerking met deze gemeenten en de organisaties van desbetreffende optochten een reglement opgesteld.

De inschrijver / deelnemer van de optocht verklaart door ondertekening van het inschrijfformulier van de organisatie van de carnavalsoptocht kennis te hebben genomen van de inhoud van dit reglement en zich aan het gestelde in het reglement te houden en de voorwaarden na te leven op straffe van uitsluiting van deelname aan de optocht.

Uitsluiting geschiedt door de organisatie van de optocht, al dan niet in samenwerking met de politie.

Algemene regels voor deelname aan de optocht

  1. Deelname aan de optocht is uitsluitend toegestaan indien, na inschrijving van deelname, een door de organisatie verstrekt startbewijs dan wel startnummer is verkregen. Het startbewijs/nummer dient op een duidelijk voor een ieder zichtbare plekken te worden aangebracht, dan wel te worden meegedragen. De startbewijs/nummers voor de carnavals-/praalwagens dienen linksvoor op het trekkend voertuig en linksachter op de wagen op zichtbare vaste plekken te worden geplaatst. Er is één inschrijfformulier voor alle optochten in de gemeente West Maas en Waal en de gemeente Druten. Bij de inschrijving dient men zich te legitimeren met een geldig legitimatiebewijs. Bij verlies of het niet kunnen tonen van het startnummer bij aanvang en tijdens de optochten volgt uitsluiting.

  2. De organisatie is gerechtigd inschrijvingen te weigeren die naar haar oordeel niet in de optocht passen of niet voldoen aan de bepalingen van dit reglement.

  3. Het is de deelnemers niet toegestaan om van de vastgestelde route af te wijken, tenzij op last van de organisatie en/of politie en gemeente.
  4. Er mogen maximaal 6 boxen op de wagen worden geplaatst, welke zichtbaar dienen te zijn.

  5. Het is niet toegestaan om andere materialen dan confetti, serpentine en kleine versnaperingen te strooien. Materialen als zaagsel, houtkrullen, stro en mest zijn verboden mede i.v.m. de veiligheid en gezondheid van de toeschouwers. Het strooien van versnaperingen en dergelijke dient zodanig te geschieden dat daardoor geen letsel of schade aan personen of goederen wordt toegebracht en dat het publiek en vooral kinderen niet op de rijbaan hoeven te komen.

  6. Het is de deelnemers niet toegestaan om teksten en/of afbeeldingen te gebruiken die discriminerend en/of aanstootgevend en/of beledigend kunnen zijn voor personen, groepen, religies en dergelijke, dit ter beoordeling van de organisatie van de carnavalsoptocht. De burgemeester en de politie blijven onverkort hun taken binnen dit kader uitoefenen.

  7. Gebruik van alcohol tijdens de carnavalsoptocht dient tot een minimum te worden beperkt en bij voorkeur in blik of plastic en niet zichtbaar. Voor jongeren onder de 18 jaar is er een alcoholverbod.

  8. Gebruik van geluidsapparatuur is uitsluitend toegestaan gedurende de deelname aan de optocht.

  9. Deelnemers die wangedrag vertonen kunnen door de organisatie en/of politie worden verwijderd uit de optocht. Dit geldt tevens indien geconstateerd wordt dat binnen de bebouwde kom de natuurlijke behoefte wordt gedaan op/aan de openbare weg. Bij wangedrag van één van de deelnemers, kan de hele groep uitgesloten worden van deelname aan de andere optochten.

  10. De Nederlandse wetgeving blijft van toepassing op de deelnemers en de deelnemende voertuigen. Dit betekent o.a. dat voor de motorrijtuigen een W.A. verzekering moet zijn afgesloten en dat de bestuurder(sters) van een tractor, vracht- of personenauto in het bezit moet zijn van een geldig rijbewijs van desbetreffende categorie.

  11. Als de bestuurder van een voertuig een beperkt uitzicht heeft, aan de voor- dan wel achterzijde, is het verplicht om minimaal twee personen van tenminste 18 jaar te laten meelopen om hieromtrent aanwijzingen te geven aan de bestuurder. Deze begeleiders mogen gelijk aan de bestuurder geen alcohol gebruiken of gebruikt hebben. Zowel voor de veiligheid van de deelnemers alsmede voor de veiligheid van de toeschouwers is het niet toegestaan om voorwerpen zoals aggregaten, naamborden, reclameborden e.d. die het uitzicht voor de bestuurder belemmeren, vóór op het voertuig te bevestigen. Als er aggregaten achter op de wagen worden geplaatst, dient te worden gezorgd voor voldoende luchttoevoer (brandveiligheid) bij de inbouw.

  12. De objecten die op/aan de carnavals-/praalwagens bevestigd zijn dienen voldoende veilig te zijn en worden beschouwd als lading van de wagen. De organisatie, de brandweer en de politie behouden zich het recht voor om door hen als onveilig beoordeelde carnavals-/praalwagens uit te sluiten van deelname aan de optocht en te (laten) verwijderen uit de optocht.

  13. Ronddraaiende elementen en aandrijvingen dienen op deugdelijke en veilige wijze te zijn afgeschermd.

  14. Aan voertuigen van overheidsinstanties en hulpverlenende instanties dient te allen tijde ongehinderde doorgang te worden verleend.

  15. Er dient geen onnodige overlast of onnodige hinder voor de omgeving te worden veroorzaakt.


  16. De geluidsinstallatie mag gebruikt worden op een wijze die geen onnodige hinder of overlast veroorzaakt.

  17. Alle aanwijzingen door politie, brandweer of ambtenaren van de gemeente gegeven, moeten stipt worden opgevolgd.

  18. Gemeten op 2 mtr van de gevel van woningen of geluidsgevoelige bestemmingen, mag het geluidsniveau (LAcq) niet meer bedragen dan:
    - 90 dB(A) tijdens de optocht.
    - 75 dB(A) in de periode van 10.00 uur tot 19.00 uur tijdens de opstelling.
    - 65 dB(A) in de periode van 19.00 uur tot 01.00 uur tijdens de opstelling.
    Het totale vermogen van de luidsprekers mag het maximale van 3500 watt (rms) niet overschrijden.

  19. Verbod van het hebben van een stroboscoop op de wagen. Dit in verband met de klachten van chauffeurs van de wagens dat het gebruik hiervan verblindend werkt.

  20. De maximale stahoogte van de wagens mag niet meer bedragen dan 4 meter, dit is dus de maximale verblijfshoogte voor alle deelnemers. Voor wat betreft de maximale bouwhoogte van de wagens zal geen beperking meer gelden. Voor Alphen geldt echter op sommige doorgangen een bouwhoogte van 4.50 mtr en op de rest van de route is de hoogte geen belemmering. Mochten er in de dorpen nog beperkingen zijn, dan zal dit door de desbetreffende vereniging vooraf aangegeven worden.

  21. De verantwoordelijke personen van een groep moeten duidelijk herkenbaar zijn. Dit kan dus nimmer de bestuurder zijn.

  22. De muziek zal worden geleverd door de gezamenlijke carnavalsverenigingen. In overleg met de carnavalsverenigingen kan wel een themamuziek worden toegestaan. Andere muziek is niet toegestaan.

  23. Het gebruik van shovels en voorladers is niet meer toegestaan.

  24. Ter voorkoming van verkeersgevaarlijke situaties mogen mensen zich uitsluitend tijdens de reguliere optocht op de wagens bevinden.

  25. Er mogen door deelnemers en verenigingen geen obstakels zoals bomen, takken, borden e.d. worden verwijderd of gesnoeid. Als dit na de carnaval het geval blijkt, zal de schade op veroorzaker worden verhaald.

Brandveiligheid

  • Op elke wagen dient tenminste één goedgekeurd draagbaar blusmiddel aanwezig te zijn met een inhoud van tenminste 6 liter/kilo. Dit draagbaar blusmiddel dient geschikt te zijn voor branden in de brandklasse A, B of C

  • Elke ander object, niet zijnde een wagen, dient eveneens van een dergelijk blusmiddel te zijn voorzien indien gebruik wordt gemaakt van brandbare vloeistoffen en/of gassen.

  • Het gebruik van open vuur voor, tijdens of na de optocht is niet toegestaan.

  • Bij gebruik van een stroomaggregaat dient deze te zijn voorzien van deugdelijke isolatiebewaking.

  • Bij gebruik van een stroomaggregaat is het bijvullen van deze tijdens de optocht in geen geval toegestaan.

  • Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistoffen als voorraad worden meegevoerd. Deze dient geborgen te zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde houders.

  • Met name aan de buitenzijde van een object dient het gebruik van gemakkelijk brandbare materialen zoals o.a. ”piepschuim”, plastic, etc., zoveel mogelijk te worden beperkt.

  • Bij gebruik van gasflessen dient elke fles goedgekeurd te zijn. Tevens dienen deugdelijke en goedgekeurde slangen, slangklemmen en reduceerinrichtingen te worden gebruikt.

  • Indien het trekkende voertuig wordt ingepakt dient een goede ventilatie van uitlaatgassen aanwezig zijn.
    het bestuur, C.V. De Vrolijke Golf.

 

PLG_TEMPLATE_BACKTOTOP